Parketvloeren en houten vloeren: schuren en afwerken onder de loep

Het maakt eigenlijk niet uit welke bedrijfstak je onder de loep neemt: overal heb je goden, mindere goden en afgoden. Nee, ik ben niet religieus — maar het principe zie je overal terug. Ook in de vloerenbranche.

Neem bijvoorbeeld het schuren en afwerken van parketvloeren en houten vloeren. De één noemt het groot onderhoud, de ander spreekt over renovatie en weer een ander houdt het simpel: schuren en opnieuw afwerken.

Hoe je het ook noemt, het proces bepaalt uiteindelijk de kwaliteit, uitstraling en levensduur van de vloer.


Het schuren van een houten vloer

Voordat een vloer opnieuw kan worden afgewerkt, moet deze eerst volledig schoon worden geschuurd. Dat betekent dat de oude afwerking – olie, was of lak – wordt verwijderd, samen met eventuele beschadigingen of vervuiling.

Afhankelijk van de staat van de vloer bepaalt de parketteur met welke korrelgrootte (schuurkorrel) wordt begonnen.

Veel parketteurs starten vanuit ervaring of aangeleerd gedrag met:

  • P40 – grof schuren
  • P50 of P60 – iets minder agressieve start

De eerste schuurgang heeft één doel: de vloer schoon schuren.

Daarna volgen meestal twee verdere stappen:

Tweede schuurgang – P80
Hiermee worden de krassen verwijderd die tijdens de eerste schuurgang zijn ontstaan.

Derde schuurgang – P120
Deze schuurgang verfijnt het schuurbeeld en verwijdert de krassen van de tweede schuurgang.

Omdat de vloer niet alleen met een grote schuurmachine wordt geschuurd, maar ook langs de randen met een kantenschuurmachine, kan er een verschil ontstaan tussen de kanten en het midden van de vloer. Daarom wordt de vloer na het schuren gepolijst, zodat het schuurbeeld overal gelijk wordt.

Pas daarna kan de vloer stofvrij worden gemaakt en opnieuw worden afgewerkt.


Het oliën van een houten vloer

Wanneer een vloer wordt afgewerkt met olie, is een kleine maar belangrijke stap vaak bepalend voor het eindresultaat: het benevelen van het hout.

Door het hout licht te bevochtigen gaan de houtvezels – de transportvaten in het hout – iets opstaan. Hierdoor ontstaat een licht ruwer oppervlak.

Een ruwer oppervlak heeft een belangrijk voordeel:
het neemt meer olie op.

Daarna wordt de olie aangebracht en met een pad verdeeld. Vervolgens wordt de olie droog gepad, waardoor de olie zich gelijkmatig in het hout verdeelt en het oppervlak weer glad wordt.

Daarna wordt de vloer drooggewreven met doeken.

Een goede olielaag heeft een dikte van ongeveer 35 micron.

Veelgehoorde fabel

Door te benevelen gaan de poriën openstaan waardoor er meer olie in de poriën kan dringen.

Dit is niet correct. Hout heeft geen poriën zoals bijvoorbeeld steen. Het bestaat uit transportvaten en vezelstructuren. Het benevelen zorgt ervoor dat de vezels licht opstaan, niet dat poriën openen.


Het lakken van een houten vloer

De meeste moderne parketlakken zijn watergedragen lakken.

Water heeft een interessant effect op hout: het laat de houtvezels opstaan. Dat is juist gunstig voor de hechting van de eerste laklaag.

Na droging wordt deze laklaag vaak licht gepolijst, zodat de vloer weer glad wordt. Daarna kan de volgende laklaag worden aangebracht.

Een klassiek laksysteem bestaat uit drie lagen:

  1. Eerste laag – grondering
    Deze laag trekt deels in het hout. Het vocht wordt opgenomen door het hout, waardoor deze laag relatief snel droogt.
  2. Tweede laag – opbouwlaag
    Deze laag kan zijn vocht alleen kwijt door verdamping. Daardoor duurt het drogen vaak iets langer.
  3. Derde laag – afwerklaag (slijtlaag)
    Deze laag bepaalt in grote mate de uiteindelijke slijtvastheid van de vloer.

Een goede totale laklaagdikte bedraagt ongeveer 100 micron.

Veelgehoorde fabel

Twee dikke lagen lak zijn net zo goed als drie dunne lagen.

In de praktijk klopt dit niet.
Meerdere dunnere lagen zorgen voor betere hechting, betere droging en een stabielere opbouw van het laksysteem.


Veel voorkomende klachten na schuren en afwerken

Na renovatie kunnen soms klachten ontstaan. De meest voorkomende zijn:

  • banen
  • krassen
  • kleurverschillen
  • vlekken
  • ruwheid

Banen

Banen ontstaan vaak doordat tijdens het schuren de schuurbanen niet voldoende overlappen.

Een schuurwals staat namelijk altijd iets scheef. Wanneer de banen niet overlappen, blijven de afzonderlijke schuursporen zichtbaar.

Krassen

Krassen ontstaan meestal tijdens de eerste schuurgang. De volgende schuurgangen zijn er juist voor bedoeld om deze krassen weer te verwijderen. Wanneer een tussenstap wordt overgeslagen, kunnen de krassen zichtbaar blijven.

Kleurverschillen

Kleurverschillen ontstaan vaak door een onregelmatig schuurbeeld.

Het meest voorkomende verschil is dat tussen de kanten en het midden van de vloer.

Vlekken

Vlekken ontstaan vaak doordat:

  • de vloer niet volledig is verzadigd met olie
  • de vloer te vroeg in aanraking komt met water

Ruwheid

Een ruwe vloer ontstaat meestal doordat de vloer niet voldoende is gepolijst tussen de laklagen. Dit komt relatief vaak voor bij gelakte vloeren.


Vakmanschap zit in details

Het schuren en afwerken van een houten vloer lijkt voor sommigen eenvoudig. In werkelijkheid is het een proces waarin ervaring, kennis van materialen en nauwkeurigheid het verschil maken.

De juiste korrelopbouw, het schuurbeeld, de laagdikte van olie of lak en de droogtijden bepalen uiteindelijk of een vloer er na renovatie weer jarenlang perfect bij ligt — of dat klachten ontstaan.

Zoals in elke branche geldt ook hier:
de echte kwaliteit zit niet in de machine, maar in de vakman die ermee werkt.

    Scroll naar boven