„De dekvloer was droog gemeten”


Warning: Undefined array key "uniqueId" in /html/wp-content/plugins/generateblocks/includes/blocks/class-container.php on line 997

Waarom de vloerenbranche anders dient te kijken naar vocht metingen!

De uitspraak die ik als deskundige vaak hoor

Wanneer ik tijdens een onafhankelijk deskundigenonderzoek vraag hoe de ondervloer voorafgaand aan de installatie van de vloerafwerking is gecontroleerd, krijg ik vaak hetzelfde antwoord.
De vloer zou droog gemeten zijn en regelmatig wordt daar nog aan toegevoegd dat er zelfs een CM-meting is uitgevoerd.
Daarmee lijkt de discussie voor veel betrokkenen direct gesloten, alsof daarmee automatisch vaststaat dat vocht geen rol meer kan spelen binnen het ontstaan van het probleem.

Toch blijkt juist daar in de praktijk regelmatig het tegenovergestelde.
Niet omdat vakmensen hun werk niet serieus nemen, niet omdat de CM-meting waardeloos zou zijn en ook niet omdat hun indicatieve vochtmeters per definitie onbetrouwbaar zijn.

Het probleem zit veel dieper.

De vloerenbranche benadert vocht nog te vaak alsof het een vaststaand en eenvoudig gegeven betreft, terwijl vocht zich in werkelijkheid gedraagt als een dynamisch natuurkundig proces dat continu reageert op temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, dampdruk en evenwicht.

Al ruim tien jaar probeer ik een ieder de branche erop te wijzen dat de manier waarop wij vocht meten én interpreteren risico’s kent.
Grote risico’s zelfs, zeker nu moderne vloerconstructies steeds dampdichter, stijver en gevoeliger worden.
Want hoe logisch is het eigenlijk dat we beslissingen nemen over vloerconstructies van soms tienduizenden euro’s op basis van één enkele destructieve momentopname?

De traditionele CM-meting

De standaard van Europa

Binnen Europa wordt nog altijd hoofdzakelijk gewerkt met de calciumcarbide meting, beter bekend als de CM-meting.
Deze methode vormt al tientallen jaren de basis voor legvoorschriften, praktijkrichtlijnen en normen binnen de vloerenbranche.
Vrijwel iedere vakman kent de bekende grenswaarden voor zandcement- en anhydriet dekvloeren en in veel gevallen wordt een vloer na het behalen van die waarde simpelweg als droog beschouwd.

De methode werkt technisch gezien relatief eenvoudig.
Er wordt een monster uit de dekvloer genomen, waarna dit monster wordt fijngemaakt en samen met calciumcarbide in een afgesloten drukfles wordt geplaatst.
Het vrije vocht in het monster reageert met het calciumcarbide waardoor acetyleengas ontstaat.
De drukopbouw die hierdoor ontstaat wordt vervolgens omgerekend naar een vochtpercentage.

Technisch gezien lijkt dat een slimme en snelle methode, maar de uitkomst vertelt slechts een deel van het totale verhaal.
De CM-meting meet namelijk hoofdzakelijk het vrije reactieve vocht in het afgenomen monster en zegt daarmee weinig over het werkelijke gedrag van de totale vloerconstructie.

Het probleem van de CM-meting

Een momentopname als absolute waarheid

Wat mij in de praktijk vooral opvalt, is dat de vloeren branche vaak vergeet hoe sterk de uitkomst van een CM-meting afhankelijk is van de omstandigheden waaronder de meting wordt uitgevoerd.
De plaats waar het monster wordt genomen, de diepte van de monstername, de snelheid van werken, de omgevingstemperatuur, de relatieve luchtvochtigheid, het dauwpunt en zelfs de wijze waarop het monster wordt fijngemaakt hebben allemaal invloed op de uiteindelijke meetwaarde.

Twee verschillende vakmensen kunnen op exact dezelfde vloer verschillende resultaten produceren en toch behandelen we die ene meetwaarde vaak alsof het een absolute waarheid betreft.

Persoonlijk vind ik de CM-methode daarom behoorlijk manipulatief.
Niet omdat het apparaat onbetrouwbaar zou zijn, maar omdat de omstandigheden en uitvoering relatief eenvoudig invloed hebben op de uitkomst zonder dat dit later nog zichtbaar is in het meetrapport.
Bovendien wordt er in veel gevallen nauwelijks iets vastgelegd over de klimatologische omstandigheden tijdens het meten, terwijl juist die omstandigheden enorme invloed kunnen hebben op het gedrag van de vloerconstructie.

Daar zit naar mijn mening een fundamenteel probleem binnen de huidige manier van denken.
Veel mensen benaderen vocht alsof het een vaststaand percentage in een vloer betreft, terwijl vocht zich in werkelijkheid gedraagt als een continu veranderend natuurkundig proces.

Vocht is geen vaststaand gegeven

Vocht zoekt altijd evenwicht

Een dekvloer is niet simpelweg droog of nat.
Materialen bevinden zich voortdurend in een veranderende balans met hun omgeving.
Temperatuur, relatieve luchtvochtigheid, dampdruk, ventilatie, kruipruimte condities, vloerverwarming en zelfs seizoensinvloeden hebben allemaal invloed op het vochtgedrag van een constructie.

Juist daarom zie ik regelmatig situaties waarbij een vloer technisch gezien „droog gemeten” was, maar maanden later alsnog problemen ontwikkelt.
Denk aan:
– opbollende PVC-stroken
– schoteling bij houten vloeren
– loslatende lijmverbindingen
– schimmelvorming
– emissieproblemen

In veel van die situaties blijkt achteraf niet zozeer dat de oorspronkelijke CM-meting fout was, maar wel dat de beoordeling van het totale vochtgedrag van de constructie onvolledig is geweest.
Vocht beweegt zich namelijk altijd richting evenwicht.
Wanneer de omstandigheden boven of onder de vloer veranderen, verandert automatisch ook het gedrag van het vocht binnen de constructie.
En precies dát gedrag zie je nauwelijks terug in een traditionele CM-meting.

Moderne vloerconstructies

Dampdichter en gevoeliger dan ooit

De dekvloer van vroeger is niet meer te vergelijken met de dekvloer van vandaag.
Waar oudere vloerafwerkingen vaak nog relatief dampopen waren, werken we tegenwoordig steeds vaker met dampdichte systemen zoals PVC, SPC, epoxyvloeren, PU-systemen en samengestelde meerlaagse houtvloeren.

Deze moderne systemen laten nauwelijks nog vochttransport toe.
Daarmee verandert automatisch ook het gedrag van de onderliggende constructie.
Opgesloten vocht, dampdruk verschillen en condensatie spelen daardoor een steeds grotere rol binnen het functioneren van moderne vloer opbouwen.

Toch beoordelen we veel van deze constructies nog steeds met meetmethodes die vooral zijn ontwikkeld in een tijd waarin vloer opbouwen totaal anders waren.

Waarom ik zelf anders ben gaan meten

Juist daarom ben ik zo’n 12 jaar geleden anders naar vochtmetingen gaan kijken.
Waar de branche traditioneel vooral focust op het bepalen van één eindwaarde, probeer ik juist inzicht te krijgen in het gedrag van de totale vloerconstructie.

Wanneer ik een vloer onderzoek begin ik meestal met een indicatieve meting van het volledige vloerveld.
Niet om direct conclusies te trekken, maar om patronen zichtbaar te maken. Verhoogde waarden langs gevels, afwijkingen nabij kruipruimtes, verschillen rondom vloerverwarming of zones waar de dekvloer afwijkend reageert geven vaak veel meer informatie dan één enkele meting.

Pas daarna kijk ik verder met aanvullende meetmethodes zoals HMbox-, KRL- of in-situ RH-metingen.

HMbox, KRL/CRH en in-situ metingen

Vochtgedrag in plaats van alleen vochtinhoud

Methodes zoals HMbox, KRL/CRH en in-situ RH-metingen werken fundamenteel anders dan een traditionele CM-meting.
Deze methodes kijken namelijk niet alleen naar hoeveel vocht aanwezig is, maar vooral naar hoe actief dat vocht zich gedraagt binnen een evenwichtssituatie.

Dat verschil is enorm belangrijk.

Materialen reageren namelijk niet uitsluitend op de hoeveelheid water die aanwezig is, maar vooral op de relatieve luchtvochtigheid en dampdruk binnen de constructie.
Een dekvloer kan daarom een keurige CM-waarde hebben en toch een dusdanig hoge interne relatieve luchtvochtigheid bevatten dat er na het plaatsen van een dampdichte vloerafwerking alsnog problemen ontstaan.

Juist daarom geven deze methodes veel meer inzicht in:
– vochtgedrag
– dampdruk
– vochtmigratie
– risico’s op langere termijn

Internationale context

Waarom andere landen anders meten

In landen zoals de Verenigde Staten, Canada, Engeland, Ierland en Scandinavisch Europa werkt men al veel langer met in-situ RH-metingen en evenwichtsmetingen.
Daar begrijpt men al langer dat vochtgedrag belangrijker kan zijn dan alleen restvocht.

Normen zoals ASTM F2170 en diverse Britse normen (BS) sturen dan ook veel sterker op relatieve luchtvochtigheid en het gedrag van de constructie in evenwichtstoestand.
Persoonlijk denk ik dat Europa die ontwikkeling uiteindelijk ook zal gaan volgen.

Dataloggers

De stille getuigen van een vloerconstructie

Persoonlijk zie ik dataloggers zoals de Easylogger of Fidbox niet als gadgets, maar als een vorm van monitoring, risicobeheersing en bewijsvoering.
Ze registreren temperatuur, relatieve luchtvochtigheid en schommelingen over langere tijd en maken daarmee zichtbaar wat een traditionele momentopname nooit kan laten zien.

Juist omdat moderne vloerconstructies steeds dampdichter worden en daardoor gevoeliger reageren op veranderingen binnen het klimaat, vind ik langdurige monitoring een enorme toegevoegde waarde hebben.
Niet alleen voor de installateur, maar ook voor de eindgebruiker, leverancier en uiteindelijk zelfs voor deskundigen wanneer er later discussies ontstaan.

Persoonlijk zie ik zulke dataloggers daarom vaak als een soort mediator tussen vloer, gebruiker en installateur. Een stille getuige die objectief vastlegt wat een vloerconstructie daadwerkelijk doet.

Waarom de branche moeite heeft met verandering

De vloerenbranche is traditioneel ingesteld.
Veel vakmensen werken al tientallen jaren op dezelfde manier en dat is ook begrijpelijk, want die werkwijze heeft jarenlang prima gefunctioneerd.

Maar de werkelijkheid is allang verandert.
Moderne vloeren zijn groter, stijver, dampdichter en gevoeliger voor bouwfysische invloeden dan ooit tevoren.
Daardoor veranderen automatisch ook de risico’s.

Toch blijven men vaak meten alsof de vloer opbouwen van vandaag de dag nog hetzelfde zijn als twintig of dertig jaar geleden.

Verandering kost tijd, energie en soms ook de bereidheid om bestaande overtuigingen ter discussie te stellen.
Maar juist daarin ligt volgens mij de grootste uitdaging voor de toekomst van onze branche.

Misschien is het tijd om te stoppen met zoeken naar één magisch getal

Misschien is het tijd om als vloeren branche te stoppen met zoeken naar één enkele meetwaarde die alle risico’s uitsluit.
Want uiteindelijk draait vochtbeoordeling niet alleen om meten, maar vooral om begrijpen wat een vloerconstructie daadwerkelijk doet.

De toekomst van vochtbeoordeling ligt naar mijn mening niet in één apparaat of één absolute grenswaarde, maar in het combineren van meetmethodes, het begrijpen van bouwfysica, het interpreteren van klimaat en het monitoren van gedrag over langere tijd.

Want meten is één ding.

Maar begrijpen wat een vloerconstructie daadwerkelijk doet, dat is uiteindelijk waar het écht om draait.

Benno Broen

Scroll naar boven