Wanneer je het niet meer kunt uitzetten 

2 juni. Mijn verjaardag. Mijn vriendin had besloten dat ik een paar dagen weg moest van mijn werk. Geen rapporten, geen vochtmetingen, geen discussies over vlakheden, emissies of schoteling. Gewoon ontspannen in een goed hotel met wellness en een uitstekend restaurant. Even weg uit de dagelijkse praktijk van onderzoeken, beoordelen en analyseren.

Tenminste… dat was het idee.

Bij aankomst in het hotel liepen we vanuit de lobby richting de liften. Terwijl mijn vriendin vooral oog had voor de sfeer, de inrichting en de rust van het hotel, gebeurde bij mij precies hetzelfde als altijd. Mijn ogen gingen automatisch naar de vloer. Het looppad bestond uit twee naast elkaar gelegen tegels van 80 x 80 centimeter. Aan de linkerzijde lag tapijt en aan de rechterzijde een eiken parketvloer. Nog voordat we bij de lift waren aangekomen zag ik het al. Langs de kopse kanten van het eiken liep een donkere zwarte verkleuring.

Technisch gezien was het eenvoudig verklaarbaar. De tegelvloer werd zichtbaar nat gereinigd, vocht trok in de kopse zijden van het eiken en in combinatie met de aanwezige tannines ontstond de donkere verkleuring. Een logisch proces dus, maar tegelijkertijd dacht ik ook direct: dit had eenvoudig voorkomen kunnen worden wanneer hier tijdens de detaillering beter over was nagedacht.

Ik zei er niets van. Mijn vriendin kent me inmiddels goed genoeg en keek me alleen lachend aan. “Je bent alweer aan het werk hè?” zei ze terwijl we verder liepen richting de hotelkamer.

En eerlijk gezegd had ze gelijk.

Onderweg naar de suite viel me op dat meerdere plinten beschadigingen vertoonden. Sommige naden stonden open, op andere plekken was zichtbaar herstelwerk uitgevoerd dat duidelijk haastwerk leek te zijn geweest. Niet dramatisch slecht, maar wel net slordig genoeg om op te vallen wanneer je dagelijks vloeren en afwerkingen beoordeelt.

Een paar minuten later kwamen we aan in een prachtige luxe suite. Echt een mooie kamer. Goede materialen, smaakvol ingericht en precies de uitstraling die je verwacht van een luxe hotel. Maar nog voordat de koffers waren uitgepakt voelde ik het al onder mijn voeten. Midden in de ruimte zat een duidelijke glooiing in de vloer. Niet extreem, niet direct storend voor een gemiddelde hotelgast, maar wel voldoende om vrijwel zeker te weten dat deze ruimte ooit een andere indeling had gehad. Alsof ergens een oude scheidingswand had gestaan die later onvoldoende vlak was hersteld.

Het vervelende is dat ik dat soort dingen niet meer bewust zoek. Ik zie ze gewoon automatisch.

En misschien is dat precies wat er gebeurt wanneer je jarenlang als onafhankelijk deskundige werkt. Je leert kijken. Niet oppervlakkig, maar technisch. Je leert materialen lezen. Je leert spanningen herkennen. Je voelt afwijkingen in vloeren nog voordat je ze daadwerkelijk ziet. Alleen zit daar ook een nadeel aan. Op een bepaald moment kun je het simpelweg niet meer uitzetten.

Die avond hebben we overigens fantastisch gegeten. Goed eten een mooie wijn en eindelijk even rust. Even geen dossiers, geen discussies, geen telefoon, geen email en geen rapportages. Gewoon genieten van een mooie verjaardag samen.

De volgende ochtend werden we echter alweer teruggetrokken naar de realiteit van het leven. We moesten naar een begrafenis. Een compleet andere sfeer. Stilte, verdriet, familieleden die elkaar voorzichtig aankijken en gesprekken die zachter klinken dan normaal.

In de aula lag een eiken parketvloer. Terwijl iedereen plaatsnam dwaalden mijn ogen automatisch over het vloeroppervlak. Diverse kopse kanten waren veel te dicht op elkaar gemonteerd en meerdere deklijsten stonden zichtbaar bol. Daar zat spanning op. Dat zag je direct. Midden in de vloer was op een later moment een wengé bies aangebracht. Alleen was de afwerking daarvan zo rafelig uitgevoerd dat het leek alsof de uitsparing met grof gereedschap was gemaakt.

En opnieuw stelde ik mezelf dezelfde vraag: hoe kan dit?

Niet vanuit arrogantie en ook niet omdat ik iemand bewust wil afvallen, maar vanuit oprechte verbazing. Want dit soort locaties worden niet gebouwd met kleine budgetten. Hier lopen architecten, aannemers, projectleiders en applicateurs rond. Er worden keuzes gemaakt, materialen geselecteerd en uitvoeringen gecontroleerd. En toch zie je regelmatig afwerkingen waarvan je denkt: waarom is hier genoegen mee genomen?

Na de dienst liepen we richting de begraafplaats en later terug naar de ontvangstruimte om de familie te condoleren. Daar lag een gietvloer. Ook hier zag ik vrijwel direct dat de onderliggende dekvloer waarschijnlijk al scheurvorming had vertoond voordat de gietvloer werd aangebracht. Langs de randen was zichtbaar dat het materiaal was teruggevloeid en rondom meerdere zuilen zag je duidelijk dat de afwerking lastig was geweest. Juist op die details zie je vaak hoeveel aandacht er werkelijk aan een vloer is besteed.

Later die middag besloten we onderweg nog ergens te eten. Bij een bekend restaurant stapten we binnen waar in de entree en rondom de bar een houten vloer lag. Nog voordat we goed en wel bij onze tafel waren aangekomen hoorde ik het al tijdens het lopen. Holklinkende plekken. Duidelijk hoorbaar.

Ik keek mijn vriendin aan en begon langzaam aan mezelf te twijfelen.

Ben ik inmiddels een enorme zeikerd geworden?
Ben ik te kritisch?
Of is dit daadwerkelijk de standaard geworden waar we ons als branche blijkbaar steeds vaker bij neerleggen?

Want misschien is dat wel de vraag die me de laatste jaren het meest bezighoudt.

Wanneer zijn we genoegen gaan nemen met een 5,5?

Technisch gezien zijn we namelijk verder ontwikkeld dan ooit tevoren. We beschikken over betere producten, betere lijmen, betere egalisatiesystemen, betere meetapparatuur en meer technische informatie dan op enig ander moment in de geschiedenis van onze branche. Vrijwel alle kennis ligt tegenwoordig binnen handbereik. Via opleidingen, fabrikanten, vakbladen, internet, webinars en social media is informatie overal beschikbaar.

En toch kom ik dagelijks situaties tegen waarbij ik denk: dit had simpelweg beter gekund.

Niet perfect. Perfect bestaat niet. Maar wel beter.

Misschien zit daar ook wel mijn innerlijke strijd. Want hoe langer je in dit vak zit, hoe meer je gaat zien. Niet alleen de mooie vloeren, maar juist ook de concessies, de haast, de details die niet kloppen en de keuzes die vooral lijken te zijn gemaakt omdat niemand meer tijd had om het écht goed te doen.

Soms vraag ik me serieus af of dat wel gezond is. Terwijl andere mensen ontspannen in een hotel of genieten van een restaurant, analyseer ik automatisch vloeren, detailleringen en afwerkingen. Misschien is vakkennis soms ook een vloek.

Later die avond stond ik buiten met een sigaret in mijn hand. Ik keek door het raam naar binnen en vroeg me iets af wat de laatste tijd vaker door mijn hoofd speelt. Kan ik eigenlijk nog wel positief schrijven over de vloerenbranche? En misschien nog belangrijker: moet ik überhaupt nog doorgaan als columnist? 

Want een columnist die alleen maar kritiek levert voegt uiteindelijk ook weinig toe.

Maar terwijl ik daar stond realiseerde ik me misschien ook iets anders. Misschien schrijf ik mijn columns niet omdat ik de branche wil afbranden. Misschien schrijf ik ze juist omdat ik weet hoe mooi dit vak kan zijn wanneer mensen wél aandacht hebben voor detail, techniek en echt vakmanschap.

Want ondanks alles kom ik gelukkig nog steeds vloeren tegen waarbij je direct ziet dat iemand trots was op zijn werk. En misschien is dat precies de reden waarom ik nog steeds blijf kijken. En blijf schrijven. 

Benno Broen

Scroll naar boven