KRL metingen

Meten we alleen een waarde, of onderzoeken we daadwerkelijk de vloer

Hoewel de KRL-meting bepaald geen nieuwe meetmethode is, heeft het opvallend lang geduurd voordat deze binnen Europa branche breed werd erkend en toegepast.

En wat gebeurt er zodra een meetmethode eenmaal geaccepteerd wordt? Dan springen commerciële partijen erop in, want waar een nieuwe markt ontstaat, valt natuurlijk ook geld te verdienen. Verschillende fabrikanten van vochtmeters hebben daarom hun bestaande apparatuur aangepast of uitgebreid om ook KRL-metingen mogelijk te maken. Vanuit commercieel oogpunt begrijp ik die keuze: wanneer je een KRL-meter tegen een aantrekkelijke prijs kunt aanbieden aan een grote groep vloerenleggers, kan dat uiteindelijk interessanter zijn dan een uitgebreider en kostbaarder meetsysteem.

Maar naar mijn mening wordt daarmee ook een belangrijke kans gemist.

De meerderheid van de nieuwe KRL-meters is namelijk voornamelijk gericht op het meten van de waarden in de KRL-beker. Daarmee heb je echter nog geen compleet beeld van de vloer en de omstandigheden waaronder je meet, want daarnaast moeten onder andere de dekvloer, de relatieve luchtvochtigheid, de temperatuur en het dauwpunt worden gemeten en moeten deze gegevens ook worden geregistreerd.

Janser en Tramex Meters werken al jaren samen en kozen voor een andere benadering. Vanuit hun ervaring met vochtmetingen wist men bij Tramex Meters immers al dat een KRL-meting niet simpelweg het vochtgehalte van een dekvloer meet, maar dat via een materiaalmonster de relatieve vochtigheid in een afgesloten meetomgeving wordt bepaald.

Tramex Meters beschikte met de CMEX5 bovendien al over een professionele digitale vochtmeter voor minerale bouwmaterialen, specifiek gekalibreerd voor onder andere beton en dekvloeren. Daarmee kan een vloerveld snel en niet-destructief worden gescand, zodat verschillen in het vloeroppervlak zichtbaar worden en je veel gerichter kunt bepalen op welke locaties een aanvullende KRL-meting moet worden uitgevoerd.

Daarnaast beschikte Tramex al over een geavanceerde, herbruikbare RH-sonde waarmee destructief de relatieve luchtvochtigheid en temperatuur kunnen worden gemeten en die tevens wordt toegepast voor in-situ RH-metingen volgens onder andere BS 8201, BS 8203, BS 5325 en ASTM F2170.

Door vervolgens een KRL-beker, voorzien van diezelfde Tramex RH-sonde, te combineren met de CMEX5 ontstond naar mijn mening een veel logischere en completere oplossing. Je begint namelijk niet met zomaar ergens een KRL-beker neerzetten. Met de CMEX5 scan je eerst het vloerveld en meet je snel en niet-destructief de vochtconditie aan het oppervlak. Op basis van die bevindingen bepaal je waar nader onderzoek nodig is en waar je vervolgens gericht een KRL-meting uitvoert.

Daarbij kun je niet alleen de KRL-waarde bepalen, maar ook de relevante omstandigheden zoals relatieve luchtvochtigheid, temperatuur en dauwpunt meenemen en registreren.

Dat is voor mij het verschil tussen een KRL-meter aanschaffen en beschikken over een compleet meetsysteem waarmee je een vloer daadwerkelijk kunt onderzoeken.

Een KRL-waarde op zichzelf zegt immers iets, maar de combinatie van vooronderzoek, locatiekeuze, meetomstandigheden, KRL-meting en registratie maakt die waarde pas echt bruikbaar voor een professionele beoordeling en rapportage.

En juist daar zou wat mij betreft bij de keuze voor meetapparatuur veel meer naar gekeken mogen worden.

Wil je naast de KRL meting nog een diepere destructieve elektrische impedantie-/capacitieve vochtmeting uitvoeren? Dat kan tot een diepte van ruim 11cm met de Determinator van Tramex, hierop plaats je eenvoudig de CMEX5.

#KRL #Vochtmeting #TramexMeters #CMEX5 #Janser #Vloerenbranche #Dekvloer #Vloerinspectie #Bouwvocht #Meetapparatuur

Scroll naar boven